PRIKBORD

Noteer alvast in uw agenda:
dat we op 30 juni 2019 weer een heerlijk Zilks        Shantyfestival organiseren!


Erkenning.

2019 Is het eerste jaar waarin de mannen van Shantykoor De Zilk vertolkers zijn van het Maritiem Cultureel Erfgoed.
Dat dit conform de regels is van het UNESCO verdrag zal de lezer een worst zijn. Belangrijker is wat dit predicaat met de zang van de shanty mannen zal gaan doen. Maar daar valt niet veel aan te verbeteren. Het koor, dat met succes streeft naar een juiste balans tussen zingen en gezelligheid, is er van overtuigd dat zij de traditie van het zingen van zeemansliederen sowieso levend zal houden, op de wijze zoals zij dit nu al veertien jaar doet.
Toch wilden wij u dit nieuwtje niet onthouden: wie weet  helpt het u  over de drempel en zingt u straks niet meer in uw eentje in de auto, het toilet of de badkamer!.
Tot ziens!
Ketel1binkie

Nog een Zilks nieuwtje.

“De nieuwe gemeente Noordwijk pakt de laatste tijd flink uit als het gaat om de burger te activeren of te beschermen. Zo heeft zij in haar ijver het Shantykoor De Zilk uitgenodigd voor een bijeenkomst bij die gaat over Sociale Veiligheid bij verenigingen.
Nu hebben we de statistieken er eens bijgehaald, maar er is in  heel Nederland nog maar een keer melding gemaakt van een koorlid, dat zich in de gelederen van een shantykoor onveilig voelde. Het is geen toeval dat dit een lid van ons koor is geweest.
De man was geschrokken van het enthousiasme waarop het koor de vaak bloeddorstige zeemansliederen ten gehore bracht. Hij had gezien dat de liederen in de ogen van zijn maten een vreemde flikkering teweeg brachten.  Zo’n gloed die normaal alleen in huwelijksnachten zichtbaar is.
We hebben de man gerustgesteld. Als je in een shantykoor zingt voel je het leven af en toe in je terugkeren. Dat is een fijn gevoel, het is alleen jammer dat het kort duurt.
Zo gauw je bij thuiskomst de deur achter je hebt dichtgetrokken is het weer verdwenen.
Ketel1binkie.

Een slavenverhaal.

Hieronder een fragment uit een nooit afgemaakte Slavenroman van Godfried Bomans. Hij beschrijft hier onnavolgbaar het gevoel van een jonge havenklerk, die ervan droomde zelf zeeman te zijn. Op een stille avond ziet hij een schip binnenvaren.

“Het zal rond tien uur geweest zijn, dat ik uit mijn lectuur werd opgewekt door een van verre klinkend, prachtig gezang. Ik hief mijn hoofd op en luisterde. De wind was gaan liggen, en het was bladstil. En in die stilte klonk een door tientallen mannen gezongen zeemanslied, aanzwellend over de golven, machtig, breed en plechtig als de zee zelf. Mijn hart begon te slaan tegen mijn ribben en een diep gevoel van vreugde doorstroomde mijn borst. Ik sprong op de rand van het bed en stak mijn hoofd door het zolderraampje. Wat ik toen zag zal ik nooit vergeten. De maan stond vol en rond aan de wolkenloze hemel, en in haar zilveren licht was het naderend schip tot in zijn fijnste takelage te zien, als een knipsel tegen de sterrenhemel. Er stond een lichte, nauw merkbare bries, die de romige zeilen even deed zwellen , zonder het onhoorbare haast spookachtige voortglijden van het schip te bespoedigen. Geluidloos kwam het aanzetten uit de muil van de oceaan als een reusachtig fantoom, gedreven door een wolk van zeilen.

De verschijning ervan maakte op mijn overprikkeld gemoed een zo’n wezenlijke en spookachtige indruk dat mijn adem er door werd afgesneden, en ik eerst tot mijzelf kwam door de koude van de gootrand , waaraan ik mij vastklemde. Ik haalde diep adem en spoedde mij naar beneden.

Terwijl ik voortholde door de nauwe straatjes van Merryport hoorde ik de bemanning een nieuw lied inzetten. Er zijn ogenblikken in het leven waarop men beseft zijn lot niet meer in eigen handen te hebben en men de greep voelt van het onontkoombare. Er vallen dan beslissingen, die zich buiten ons om voltrekken. Er is geen wikken van voor of tegen maar men doet waartoe men zich gedreven voelt,

Ik meende in ernst dat dit schip voor mij bestemd was, dat het mij kwam halen om mij weg te voeren uit een bedompt kantoor naar de glanzende verten van het Onbekende. Toen ik de kade bereikt had, schalde het lied over het water:

Oh, I thought I heard the old man say
Leave her, Johnny, leave her
It’s a long, hard pull to the next pay day
And it’s time for us to leave her

Chorus:
Leave her, Johnny, leave her
Oh, leave her, Johnny, leave her
Oh, the voyage is done and the winds don’t blow
And it’s time for us to leave her

Oh, pull you lubbers or you’ll get no pay
Oh, pull you lubbers and then be lay

Oh the skipper was bad, but the mate was worse
He’d blow you down with a spite and a curse

And I thought I heard the old man say
It’s a long, hard pull to the next pay day”

Ketel1binkie